Jongen slaat man dood met hamer: twee jaar cel
Twee jaar is de maximale gevangenisstraf die je kunt krijgen volgens het jeugdstrafrecht. Als het om een bijzonder geval gaat, kan de rechter besluiten om iemand die nog geen achttien is te behandelen als een volwassene. Dan kan de rechter ook veel langere gevangenisstraffen uitdelen. Maar de rechtbank in Middelburg vindt dat daar in dit geval geen reden voor was.
Het was een grote bende tijdens de koninginnenacht in Zaamslag. Jongeren die flink hadden gedronken, sloegen ruiten stuk, vernielden verkeersborden en stookten vuurtjes. De politie sloeg op de jongeren in met een wapenstok. Midden in de nacht kregen een paar jongeren het idee dat het slachtoffer hen stond te filmen en dat hij hen zou aangeven bij de politie. Een van de jongens begon met het slachtoffer te vechten. Toen kwam de zestienjarige dader erbij en sloeg de man op zijn hoofd met een hamer die hij in zijn mouw droeg.
De officier van justitie vond dat er sprake was van moord. Als juristen het hebben over moord, bedoelen ze dat iemand van tevoren het plan moet hebben gehad om iemand anders te doden. Als dat plan er niet was – bijvoorbeeld omdat het per ongeluk gebeurde, of omdat iemand zo over de rooie was dat hij niet helder meer kon nadenken – is er voor juristen geen sprake van moord.
Om die vraag draaide het in deze zaak ook. De officier van justitie vond dat het wel moord was, maar de rechtbank dacht daar anders over. De rechtbank kon niet zeggen of de jongen de hamer speciaal had gepakt om het slachtoffer te slaan. Verder zaten er maar een paar seconden tussen het moment dat de eerste jongen het slachtoffer sloeg en het moment dat de zestienjarige een klap uitdeelde met de hamer. Ook daarom lijkt het erop dat de dader niet van plan was om het slachtoffer te doden, vindt de rechter: het lijkt veel meer op een plotselinge woede-uitbarsting.
Dan moest de rechter ook nog bepalen of dit nou een zaak was voor het jeugdstrafrecht, of dat de verdachte als een volwassene moest worden berecht. De rechter vond dat de zestienjarige jongen zich heeft gedragen als een puber; hij heeft zich laten opfokken, had flink gedronken en handelde ondoordacht. Daarom vond de rechter dat er geen speciale reden was om het volwassenenstrafrecht te gebruiken.
De rechter vindt dat de dood ‘ernstig onherstelbaar leed teweeg heeft gebracht’ bij de weduwe en de nabestaanden van het slachtoffer, maar ook bij de dader. Die heeft aan de zaak een groot trauma overgehouden: elke dag vraagt hij zich vertwijfeld af hoe hij iemand van het leven kon beroven.
